» Begin » NHF webwinkel» Blog » Contact
/Begin /Blog /Koreaanse vechtkunsten in het westen (2) 

Koreaanse vechtkunsten in het westen (2)
Hoe Koreaanse is Koreaans?

08-03-2011

In de eerste blog hebben we antwoord gegeven op de vraag wat martiale kunsten zijn en hoe de martiale kunsten zich binnen het Koreaanse leger hebben ontwikkeld ten tijde van de Joseon-dynastie. In deze blog kijken we naar de ontwikkeling van vechtkunsten buiten het leger om en naar het ontstaan van moderne Koreaanse martiale kunsten.

DaegwaedoNiet alleen in het leger werd gevochten, ook buiten het leger om werd er gevochten. Deze gevechten hadden echter veel vaker de vorm van volksvermaak. Zo werden er worstelwedstrijden (ssireum) georganiseerd en ontstond in Korea het spel taekkyeon. Beschrijvingen van deze wedstrijden vinden we in geschriften uit zowel de Goryeo- als Joseon-dynastie, maar de gebruikte technieken worden niet omschreven. De 'sporten' waarbij vooral gebruikt gemaakt werd van worsteltechnieken werden gakjeo genoemd, terwijl de overige sporten vaak worden aangeduid met de term subak.

Vaak werd er ook gewed op deze wedstrijden, reden voor de koning om het te verbieden, maar verdwijnen deed het niet. Omdat er niks is opgeschreven over de technische aspecten van deze sporten, kunnen we alleen maar raden hoe deze er hebben uitgezien. Over de hele wereld werd en wordt er geworsteld, waarbij de technieken vaak niet van elkaar verschillen maar de regels bepalen hoe een gevecht er uit ziet. Worstelstijlen uit China, Korea, Japan en Mongolië kennen veel overeenkomsten. Het hedendaagse ssireum zal qua techniek dan ook niet veel verschillen van het gakjeo van 300 jaar geleden. Hoeveel van het oude subak nog terug te vinden is in het hedendaagse taekkyeon is een vraag die waarschijnlijk nooit beantwoord zal kunnen worden.

Wat voor ons verhaal belangrijk is, is dat er tegen het einde van negentiende eeuw in Korea twee manieren waren om te leren vechten. De officiële manier via het leger en de volkse manier via allerlei plaatselijke festiviteiten waarbij men graag de krachten met elkaar wilde meten.

Van 1910 tot 1945 kwam Korea onder Japans bestuur te vallen. In deze tijd, door Koreanen gezien als de zwartste bladzijden uit hun geschiedenis, ging veel van de oorspronkelijke Koreaanse cultuur verloren en werden Japanse gewoontes en gebruiken geïntroduceerd. Het Koreaanse leger werd ontbonden en kennis uit de Muyedobotongji werd niet langer overgedragen. Op Koreaanse scholen werd lesgegeven in Japanse martiale kunsten als Judo en Kendo. Koreanen die in Japan gingen studeren, leerden daar Karate en gingen er thuis les in geven. Judo werd in Korea Yudo genoemd, Kendo werd Geomdo (of Kumdo) en Karate werd Gongsudo of Tangsudo genoemd. Zowel Koreanen als Japanners maken gebruik van Chinese karakters, maar de uitspraak is net even anders. 劍道 wordt in het Japans uitgesproken als Kendo maar in het Koreaans als Geomdo.
Na de Japanse bezetting waren de authentieke Koreaanse martiale kunsten vrijwel geheel verdrongen door hun Japanse tegenhangers. Na de bezetting begonnen de Koreanen echter al snel aan het verKoreaniseren van de Japanse martiale kunsten. Zo ontstond uit Tangsudo uiteindelijk het hedendaagse Taekwondo. Hapkido is een vreemde eend in de bijt. Hapkido wordt in Chinese karakters namelijk hetzelfde geschreven als het Japanse aikido (合氣道), maar Hapkido is niet de verKoreaanste vorm van Aikido. Hapkido en Aikido hebben hun wortels in dezelfde Japanse martiale kunst van het Aiki Jujutsu.
Het herontdekken van de Koreaanse cultuur ging lang niet altijd even zorgvuldig. Vaak kwam men niet verder dan het omdopen van de naam en soms werd er een alternatieve ontstaansgeschiedenis verzonnen om de Japanse afkomst te verbloemen. Ook tegenwoordig nog zijn er mensen die beweren die hedendaagse Koreaanse martiale kunsten hun wortels hebben in de Goguryeo-dynastie omdat op muurschilderingen in graftombes van die tijd mensen staan afgebeeld die een gevechtshouding aannemen.
Het zou echter ook te kort door de bocht zijn om alle Koreaanse martiale kunsten te bestempelen als zijnde Japanse uitvindingen met een Koreaans sausje. Eerder zagen we al hoe de tactiek en techniek van het Koreaanse leger werden beïnvloed door China. We zagen ook hoe de Japanners hun legers wisten te verbeteren door beïnvloeding van de Portugezen. Feit is dat er altijd sprake is geweest van het absorberen van invloeden van buitenaf. Ook, of misschien wel juist, in de moderne tijd zien we dat gebeuren. Waar zou het Nederlandse leger zijn als we alleen gebruik mochten maken van wapens en techniek die we zelf hadden ontwikkeld? Het zijn ook niet zozeer de wapens die het verschil maken, maar de manier waarop ze gebruikt worden. En als je tegenstander een betere strategie heeft, kun je maar beter zorgen dat je snel een beter antwoord terug hebt.
De absorptie van de Japanse martiale tradities door de Koreanen is dan ook geen vreemd verschijnsel, het is juist een natuurlijk verschijnsel. Het is een proces dat zich al van oudsher voordoet. Chinese cultuur bereikte via het Koreaanse schiereiland Japan. Chinese noedels bereikten via Marco Polo in de veertiende eeuw Italië, die maakten er spaghetti van, maar ondanks de Chinese oorsprong vindt iedereen spaghetti een typisch Italiaans gerecht.

Een ander aspect wat een grote invloed heeft gehad op de vorming van de moderne Koreaanse martiale kunsten is de verspreiding geweest van deze kunsten. Toen Koreaanse vechtsporten het Westen bereikten, bestond er in het Westen reeds een beeld van wat een martiale kunst diende te zijn. Die plaatje was grotendeels ingekleurd door wat in het Westen reeds bekend was over de Japanse tradities. Van Koreaanse, en in mindere mate de Chinese, tradities werd verwacht dat deze grotendeels gelijk zouden zijn aan de Japanse. De broze Koreaanse kunsten van vlak na de Tweede Oorlog bezweken vaak onder de druk om te voldoen aan dit plaatje. 

Verder is het goed te weten dat de oude Koreaanse tradities niet geheel verloren zijn gegaan. Met behulp van oude bronnen, zoals bijvoorbeeld de Muyedobotongji, is het mogelijk om tradities van voor de Japanse bezetting te bestuderen en ook toe te passen. Taekkyeon en sirreum hebben de Japanse bezetting overleefd en worden ook tegenwoordig nog volop beoefend.

Ook de grondlegger van onze stijl, Myung Jae-nam, heeft zijn best gedaan om bij te dragen aan het ontstaan van een nieuwe, hervonden, Koreaanse martiale cultuur. Hij had met de ontwikkeling van Hankido voor ogen een nieuwe vechtkunst te creëren voor het Koreaanse volk. Dit doel ligt besloten in de naam van onze stijl, Hankido. Hanguk is de naam die Zuid-Koreanen aan hun land geven. Han slaat tevens op de onverzettelijkheid van het Koreaanse volk.

Graag merken we op dat het praten over martiale kunsten als zijnde van Japanse, Koreaanse of Chinese origine iets is van de laatste decennia. Eerder was dit onderscheid er niet of nauwelijks, maar werd pas onder nationalistische invloeden gemaakt. We zagen al eerder dat in vroegere eeuwen de wederzijdse beïnvloeding meer regel dan uitzondering was.

Het doel van deze blog is niet om de schuld van het grotendeels verdwijnen van de Koreaanse tradities bij de Japanners neer te leggen. Veel Koreanen hebben zelf actief bijgedragen aan vervangen van de eigen tradities door deze van Japan. De Koreaanse martiale tradities waren aan het einde van de negentiende eeuw niet bijzonder sterk, iets wat geheel geweten kan worden aan de Koreaanse regering uit die tijd zelf.

Wordt vervolgd ...

nl-NL en_EN